Help, mijn dochter liegt! Nu zijn er niet veel dingen die ik ‘lelijker’ vind dan liegen… Het schijnt een soort experimenteren, aftasten van grenzen, onderscheidt maken tussen realiteit en fantasie. Het schijnt bij haar leeftijd te horen… maar dat kan me niet schelen, ik vind het lelijk en Ik. wil. het. niet!
Ik wil het haar dus afleren. Net zoals ik Sieben wil afleren om te slaan, dat is me overigens gelukt, hij slaat niet meer… hij klopt nu… met zn vuisten ipv met het vlakke handje. “Niet slaan Sieben, dat doet pijn” “Sjiebe plopt mama…” en dan begint hij te zingen over “baboute plop” (hij denkt dus dat die kabouter klop heet en dat kloppen is toegestaan). Maar hé, ik ben aan het afdwalen, we gingen Merel afleren om te liegen.
De techniek die ik momenteel gebruik is: niet boos worden om het gene wat ze heeft mispeuterd als ze het opbiecht en haar prijzen omdat ze de waarheid heeft gezegd… Op een manier vind ik dat ze er dan wel erg makkelijk mee wegkomt.
“Waarom huilt Sieben?”
“Ik weet het niet?”
“Heb jij zn puzzel kapot gemaakt?”
*ze tuurt naar het plafond en speelt met haar tong terwijl ze “nee” stamelt* (maw: ze is aan het liegen).
“Merel, ik wil niet dat je liegt, liegen is lekijk, je moet zeggen wat echt is, ik zal niet boos op je zijn als je zegt wat echt is… waarom huilt Sieben?”
“Omda ik sijn puzzel stukgemaakt heb…”
“Het is heel flink dat je me zegt wat je hebt gedaan!… maar je mag zn puzzel niet meer stukmaken hoor”, voeg ik er nog even flauwtjes aan toe.
Gelukkig zijn er ook situaties waarin er geen reden is om boos op haar te zijn en er alleen maar volop geprezen mag worden als ze de waarheid zegt:
“Waarom huilt Sieben?”
“Ik weet het niet…” (*tuurt naar het plafond enz…*)
“Merel, je mag niet liegen hé, je moet zeggen wat echt is …”
“Omdat ik een appeltje van hem heb gepakt”
Tja, ik had het kunnen weten, Sieben die brult alsof zn wereld vergaat, dat kan alleen maar zijn omdat je iets eetbaars van hem hebt afgepakt :-)
(Next mission: Sieben leren delen.)
Maar het gaat dus de goede kant op met dat liegen… als Sieben die avond de wasmand induikt (als ze samen in bad spelen kruipt Sieben langs de schuine kant van het bad tot op de rand en laat zich dan op zn buik weer in bad glijden, maar die avond dook hij dus over de rand van het bad de wasmand is…) biecht Merel op “Ik had zo even oeps geduwd aan zn billen mama”
En soms is ze zelfs ‘te’ eerlijk. Ik loop met haar in de supermarkt en gooi een paar zakjes gele m&m’s in de kar.
“Ik lust dat mama.”
(nu moet je weten dat Merel geen nootjes lust en ik haar nog nooit m&m’s heb gegeven, ik zeg gewoon da’s niet voor kindjes en daarmee is de kous af, ik eet ze niet in haar bijzijn en zij weet niet dat het chocolade is, waar ze dat nootje uiteraard maar al te graag zou bijnemen…)
“waar heb jij dat gegeten?”
“weet je, als jij er een keer niet was en papa ook niet en oma was bij mij thuis na school, dan heef ik dat gegeten”
“heeft oma jou zo’n zakje gegeven?”
“ja, en ik lust dat mama”
“Een volledig zakje?”
“ja, want jullie zijn er niet en dan weten jullie dat toch niet zegt oma”
…
Ze was die keer in de supermarkt trouwens wel heel erg eerlijk. Toen we aan de kassa stonden riep ze plots “Hé mama kijk, haha, zo nen groten jonge en die hebt nog een tuut!” Beetje voorzichtig kijk ik achterom en ik zie een peutertje in een buggy zitten, het ventje is niet ouder dan Sieben en die heeft ook nog een tuut dus ik zeg “Merel, zo groot is dat jongetje nu ook nog niet hé, hij is net als Sieben” waarop ze met haar vinger wijst (ook al zo beleeft…) en roept: “Nee, niet die, die daar!” … Ze wijst naar de (inderdaad grote) jongen mét tuut die achter de buggy staat. Nu had ik gehoopt dat de mama van dat jongetje hem misschien al lang van die tuut probeerde af te helpen en Merel zou bijspringen door te zeggen dat ze gelijk had en dat die grote jongen zich ineens zou schamen omdat mijn meisje hem uitlachte en zn tuut stante pede in de vuilbak zou gaan gooien waarna iedereen blij zou zijn en er misschien nog iets moois zou kunnen groeien tussen die jongen en mijn dochter…. MAAR, de blik die de moeder van het kind me toeworp deed me vermoeden dat ze hem helemaal niet van die tuut wou afhelpen… en dat ze mijn dochter maar een onbeleefd wicht vond…
… en misschien wou ik bij nader inzien toch maar liever niet dat er iets moois zou groeien tussen die jongen en mijn dochter.
M.